Calluna - Struikheide



De Struikhei (Calluna vulgaris) komt in heel Europa voor, maar vooral in Midden- en Noordeuropa. Naar het Oosten komt het heestertje tot West-SiberiŽ voor.
In de negentiende eeuw is de struikhei door Schotse immigranten meegenomen naar Canada en heeft zich vandaar uit over geheel Noord-Amerika verspreid. Het is de enige soort in het geslacht Calluna.

Het heeft tweeslachtige, alzijdige bloempjes. De kelk en de bloemkroon hebben dezelfde kleur. Aan het eind van de takjes zitten paarse bloempjes, die zorgen voor de mooie paarse heidevelden. Vooral in natte jaren is de bloei uitbundig. De bloemkroon blijft nog lang vastzitten ook als de plant uitgebloeid is. Aan de takjes zitten kleine ongesteelde blaadjes.


Ecologie

Struikhei komt voor op arme zandgronden en in kalkarme duinen. De heide kan alleen in stand gehouden worden door regelmatig plaggen,
waardoor de grond schraal blijft. Bij een wat rijkere grond treedt vergrassing op. Ook is verbraming een probleem.

De nectar is door insecten makkelijk te bereiken. Naast honingbijen en hommels komen ook graafbijen met een korte tong,
wespen en vliegen op de nectar af.
Voor de gewone heispanner is struikhei ook een waardplant.


Gebruik

De takken werden vroeger veel gebruikt voor het maken van bezems. Ook nu nog zijn deze bezems te verkrijgen.